Haagsche Schouw / Rhijnhof

Categorieën monumenten
Haagsche schouw / Rhijnhof krans foto

Het oudste oorlogsmonument in de gemeente Leiden is te vinden aan de Haagsche Schouwweg bij Begraafplaats Rhijnhof. Het werd onthuld op 26 april 1941 onder grote publieke belangstelling. Destijds lag het op het grondgebied van de gemeente Oegstgeest. Een indrukwekkend aantal militaire en burgerlijke autoriteiten woonde de plechtigheid bij. De harmonie Werkmans Wilskracht en het koor Ex Animo, allebei uit Leiden, zorgden voor een sfeervolle omlijsting. Op het monument stonden 51 namen van militairen die in de meidagen van 1940 bij het Haagsche Schouw, bij vliegveld Ockenburg en bij vliegveld Valkenburg waren gesneuveld. Het waren merendeels rekruten, die in Leiden gelegerd waren geweest.

De 51 militairen kregen een fors monument met een muur, een soort zuil in het midden en met een plateau voor bloemenkransen. De stenen waren vervaardigd door de nabijgelegen Eerste Hollandsche Schoorsteenfabriek v.h. de Ridder & Co. Ook al lag het langs de weg, het was toch uiterst geschikt voor een grootschalige officiële militaire herdenking. De onthulling in 1941 was een reünie van mannen die een jaar eerder in de oorlog hadden gevochten.

Voor zover bekend waren er geen Duitse militairen aanwezig. Wanneer dat wel het geval is geweest is hun aanwezigheid niet vermeld. De onthulling van het oorlogsmonument werd nog bijgewoond door oud-burgemeester A. van de Sande Bakhuyzen, die kort daarvoor was ontslagen. De nieuwe burgemeester R.N. de Ruyter van Steveninck, lid van de NSB, was niet aanwezig. Namens de gemeente Oegstgeest sprak wethouder T. van Egmond, die – zo staat het in het Leidsch Dagblad van 28 april 1940 – de ‘afwezige’ burgemeester A.J. van Gerrevink ‘verving’. Wat niet in de krant stond, maar wat iedereen wist, was dat Van Gerrevink door de Duitse politie was gearresteerd. Hij had kennelijk al te lovende woorden gesproken tijdens de begrafenis van drie Engelse piloten, die op 17 april waren begraven bij het Groene Kerkje. Het was een waarschuwing voor alle aanwezigen om in het openbaar terughoudend te zijn en te blijven met kritiek op de bezetter of steunbetuigingen aan de Engelsen. Van Gerrevink werd op 15 juni 1941 weer vrijgelaten maar zou later alsnog worden ontslagen.

Kranslegging door de Binnenlandse Strijdkrachten

De onthulling van het monument gebeurde op een moment dat de bezetter een andere koers leek te gaan varen. Op maandag 13 maart 1941 had iedereen in de krant kunnen lezen wat Rijkscommissaris A. Seyss-Inquart de vorige dag in het Amsterdamse Concertgebouw voor een zaal vol leden van de NSDAP in Nederland had uitgesproken. Het was een uiteenzetting over de komende politiek van de bezetter, die niets aan de verbeelding overliet. De kranten hadden maar liefst ruim drie pagina’s nodig gehad om de redevoering af te drukken. Dat was overigens verplicht.

‘Wie niet voor ons is, is tegen ons’, zo was de redevoering in de Nieuwe Leidsche Courant in een tussenkop bondig samengevat. Seyss-Inquart waarschuwde dat de nationaalsocialisten ‘vastbesloten’ waren ‘dit nationaalsocialisme als dragende politieke beweging tot grondbeginsel van de nieuwe ordening te maken.’

Een dag later hadden de kranten de executie van 18 personen gemeld, die waren veroordeeld wegens sabotage en staking. Hun namen werden niet genoemd, maar wij weten nu dat die vijftien mannen hoorden bij de organisatie ‘De Geuzen’ van Bernard IJzerdraat uit Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. De drie anderen waren gearresteerd wegens hun aandeel in de Februaristaking in Amsterdam. Voor deze mensen schreef Jan Campert zijn beroemd geworden ‘Lied der achttien doden’ (‘Een cel is maar twee meter lang …’).  Samen met een staker die op 6 maart werd gefusilleerd waren dit de eerste 19 Nederlandse staatsburgers die voor een Duits vuurpeloton stierven.

Voor zover ik weet zijn er bij het monument gedurende de Bezetting verder geen officiële herdenkingen meer geweest. De eerste herdenking na de Bevrijding vond plaats op 14 mei 1945. Toen zijn er veel foto’s gemaakt, waaronder de foto die bij dit verhaal is afgebeeld. De foto’s zijn veelvuldig afgedrukt en volgens mij verkocht. In ieder geval zijn er veel in omloop. Soms duikt er echter nog een onbekende foto op.

Het monument bij het Haagsche Schouw is het eerste en nog steeds grootste oorlogsmonument op het grondgebied van de gemeenten Oegstgeest en Leiden. Na de oorlog kwam er zeer snel een provisorisch oorlogsmonument in de Steenstraat, waar ruim tien jaar op 4 mei een defilé plaatsvond. Het was een groot wit kruis op de plaats, waar op 11 december 1944 een bom was ingeslagen, waarbij verschillende slachtoffers waren gevallen. Op 4 mei 1957 werd een definitief oorlogsmonument onthuld bij Molen de Valk. Leiden kent inmiddels tientallen oorlogsmonumenten. De laatste twee werden in 2010 onthuld en zijn verspreid over verschillende locaties in de stad.

 

 

 

Ik ben altijd geïnteresseerd in verhalen over de oorlog, maar ook in documenten. En foto's natuurlijk. De combinatie tussen verhaal, document en eventueel een foto is het boeiendst.
Vragen staat vrij, maar er blijft veel onopgelost.